We zijn er. Hoe zot is dat!

Het vertrek was er een van “wees voorzichtig!” en “draag zorg voor elkaar!”, maar ook van “geniet, dit wordt de reis van jullie leven!” en “het wordt fantastisch!!” Toen het team van mama’s, stiefpap, oma en oom ons op zaterdagavond (4 juli) aan het Sheraton Brussels Airport had afgeleverd, na een heerlijk laatste gemeenschappelijk avondmaal bij een Italiaan in Zaventem, stonden Jan en ik wat beduusd te kijken. Ja, het begint! 

We zeiden het al dikwijls: het is de reis van “Ach, we doen dit maar één keer hé!” – dus werden er een aantal voor ons doen decadente beslissingen gemaakt. Hoewel onze vlucht  met Delta pas zondagochtend om 10.40u van het tarmac zou rollen, sliepen we die nacht in een superzacht Sheraton Comfort-bed, in een heerlijk gekoelde kamer (wat een verademing met de plaktemperatuur op ons zolderappartement), met zicht op de start- en landingsbaan. Perfect, want zo moesten we niet supervroeg opstaan om uit Gent naar de luchthaven te vertrekken en zouden we een optimale nachtrust hebben. Wel ja. Ware het niet dat ik elk uur, maar werkelijk èlk uur ben wakkergeworden in de volle overtuiging “dat het dan wel bijna tijd zou zijn om op te staan, het is precies al licht”. Klaarwakker en fit to go om 01.03u, 02.06u, 03.13u, 04.27u en 05.13u, haha. Niets anders dan vertrekstress, want van lawaai door nachtvluchten was er in die supergeïsoleerde kamer absoluut geen sprake. 

Om 06.45u mocht ik dan voor echt opstaan: hoe zalig. Douchen, tanden poetsen, kleren aan, trekrugzak vastsnoeren, uitchecken, de straat oversteken en inchecken voor de vlucht, alles in drie kwartier. Vlotte doorgang door paspoortcontrole, security check, een snel schandalig duur ontbijtje met het laatste echte fruit dat we waarschijnlijk te eten zullen krijgen voor zes weken, mensen kijken en vliegtuigen spotten (genre “Bah, die dreamliner is lelijk!” en “Checkt wa ne schattigen Embraer!”, we’re nerds like that), en voor je’t weet is het twee uur later tijd om te boarden. We vlogen met Delta Airlines naar New York JFK (in een Boeing 767-300, voor de liefhebbers), vertrokken mooi op tijd, en hadden door rugwind en mooi weer een voorsprong van 45 minuten bij de landing (woohoo, drie kwartier vroeger dan gepland in ‘MMURRICA, nice!). Te vroeg gejuicht wel, want bij de customs in JFK hebben we meer dan twee volle uren staan aanschuiven. En zoals dat ook in de Delhaize mij altijd overkomt, stonden we in een slechte rij (lees: een customsagente die tegen de Mongolen voor ons in de rij uitroept “OMG I’ve never seen zich a passport before! Lemme check with my colleague!” En andere leukigheden).

De flightbags met onze rugzakken in (absolute aanrader trouwens, die zakken, van Ayacucho bij AS Adventure, zo hangen die touwtjes en trekkoorden van je rugzak niet gewoon los en is er minder risico op schade) stonden al eenzaam op ons te wachten naast de bagagerolband. Nòg een controle door (faaaak, wat is dat jong, Amerika??), en we konden plaatsnemen in de wachtruimte van de Airlink Shuttledienst. Eveneens een aanrader: voor 15 € p.p. geboekt bij Connections, een gedeelde shuttle die je direct voor je hotel afzet. Op een uurtje stonden we van JFK in het hartje van Manhattan, en konden we net op tijd inchecken (rond 17u), voor vrienden van ons die dit weekend ook in New York waren, ons een half uur later zouden oppikken om iets te gaan eten. 

Ons hotel, mannekes. Het Hudson (356 W 58th Street, ook geboekt via Connections) is een hippe creatie met twee fluogele roltrappen die je naar de lobby brengen, een donkerrood bakstenen interieur, een dak van klimop, grote kristallen luchters en chesterfields, gesigneerd door Philippe Starck. Het heeft een terras met een taqueria op lobbyniveau, en een rooftop bar op de negentiende verdieping. We raakten gezellig aan de praat met de ongelooflijk vriendelijke receptioniste uit Albanië die al 15 jaar in New York woont, kregen een upgrade van een standard naar een deluxe room with complimentary breakfast (die qua oppervlakte overeenstemt met een standaard kamer naar Europese normen, maar ik las overal dat de standaardkamers, zoals dikwijls in New York, echt piep zijn) en (nadat ik gezegd had dat het terras van de taqueria er in het echt nog gezelliger uitzag dan op Instagram 😇) een tegoed van 30$ om te spenderen in de bar. ZA-LIG. De bedden zijn groot en zacht, de badkamer staat vol Malin+Goetz-productjes, en vannacht was er, afgezien van een soort verluchtingsinstallatie die aan de buitenkant van de gevel constant lijkt te blazen, geen lawaai. Er is enkel betalend internet op de kamers (via een sowieso zeer onstabiele wifiverbinding), maar wifi in de lobby en de Hudson Common (de ontbijtruimte) is gratis. 

 

Hudson Common

 
Veel tijd om in de kamer te zitten hadden we niet, want daar waren Tobi en Liesbeth al, uitgehongerd net als wij en klaar om ons de stad te tonen. Ons hotel ligt op twee minuten stappen van Columbus Circle (en Central Park), waar verschillende subwaylijnen samenkomen, dus besloten Jan en ik een 7-day Metro Card te kopen (32 dollar voor onbeperkte ritten met metro en bus – een gewoon enkeltje kost 3 dollar). We stapten uit in Little Italy: wat een wijze sfeer! Okee, toeristisch as hell, maar als je voorbij die façade kijkt, zie je de straten uit The Godfather en hoor je de muziek. Little Italy gaat haast naadloos over in Chinatown, waar de Trotter ons naar Nice Green Bow leidde, een goedkoop maar lekker Chinees restaurant (inclusief Chinese norse bediening zonder een woord Engels). De Amerikaanse porties hebben ze alvast wel, maar het was al acht uur geleden dat Jan en ik op het vliegtuig een kleine wrap hadden gegeten (en in ons hoofd al één uur ‘s nachts), dus uiteindelijk kregen we de Beef Mein Fun en Spicy Peanut Chicken zonder al te veel problemen op.

We wandelden erna door naar het nieuwe One World Observatory en de watervallen die 9/11 herdenken, waar ik toch even stil van werd. Het is een ietwat sentimenteel monument (de exacte omtrek van een van de torens, de namen, …), maar enorm sterk, vond ik. 32 dollar om het Observatory te bezoeken vonden we wat te veel van het goede (zeker omdat in onze New York City Pass nog Top of the Rock en de top van het Empire State Building zitten), dus gingen we door naar de pier, waar we in het donker de mooi verlichte Lady Liberty en een laat 4th of July-vuurwerk in de verte mochten aanschouwen. 

  
We namen afscheid van Tobias en Liesbeth, die vandaag met de auto naar Baltimore doorrijden, en gingen nog verbazend fris terug naar ons hotel, met de bedoeling de bar eens uit te checken, maar de metrorit maakte ons slaperig. Naar bed! 

Nu zitten we van ons ontbijt te genieten in de zalige binnentuin van het hotel, en straks komt onze Greeter Peter ons hier oppikken voor een tocht door Brooklyn. Benieuwd! 

Voorpret met Greeter Peter

Ik schreef deze post vorige week al, maar door de shitload aan mondelinge examens die ik deze week af te nemen had (wat extreem leuk is, maar ook extreem vermoeiend) kon ik ‘m nog niet eerder posten. Bij deze!

“Hoeveel keer nog slapen, mama?” Mijn lagereschool-ik moet deze vraag wel honderden keren gesteld hebben, meestal voorafgaand aan de eerste dag van het nieuwe schooljaar, want ja, zo’n nerd was ik wel. Amper wachten kon ik, die vakantie van twee maanden duurde toch wel heel lang, amai. Mijn achtentwintigjarige ik stelt zich diezelfde vraag (zonder de “mama” weliswaar) nu al zeker drie maanden, en vandaag hebben we de magische “veertien nachten, meid”-grens bereikt. Veertien keer, dat kon ik mij toen enigszins voorstellen; veertien keer, dat is nu het equivalent van twee keer knipperen met mijn ogen en eens aan mijn gat krabben (en nog vijf dagen mondelinge examens afnemen, maar dat laten we nu even buiten beschouwing). Nog veertien nachten slapen en we gaan naar Amerika!

 

De voorpret is natuurlijk al een hele tijd bezig: in het Westen liggen ondertussen al onze overnachtingen vast, behalve die in Mammoth Lakes, de tickets, hotel- en activiteitenvouchers van Connections mochten we vorige week afhalen (met een wrang nasmaakje door hun toch wel misleidende reclame), we kregen twee imported Rand McNally-wegenatlassen waarin we onze route uitstippelen, mijn Erasmus-vriendin en haar man plannen nu al de rondleiding van de eeuw voor ons in Colonial Williamsburg (Virginia) en deze week kregen we ook een mailtje van onze Big Apple Greeter, Peter. (Hihi, Greeter Peter, ik ga daar zeker nog elfhonderd keer moeten mee lachen.)

Ik dacht dat dat algelijk wel al bekend was, het Global Greeter Network en Big Apple Greeter in het bijzonder, maar dat is het dus blijkbaar nog niet zo, want ik heb het concept al verschillende keren uitgelegd aan nieuwsgierige toehoorders. Een Big Apple Greeter is een New Yorker, een vrijwilliger, die met jou een bepaalde wijk of buurt van New York aandoet. Géén professionele gidsbeurt, maar een ontspannen rondgang met degelijke informatie over de buurt, met een heel persoonlijk kantje. En bovendien gratis: de organisatie heeft een ‘no tipping policy’, maar je kan wel doneren via hun website – iets wat wij zeker gaan doen. 

Hoe het praktisch in elkaar zit? Je moet minstens drie à vier weken voor je bezoek aan New York het aanvraagformulier invullen (deze regelteef deed dat natuurlijk al ergens in april), zeggen wanneer je je new best friend zou willen ‘boeken’, welke buurt(en) je graag zou willen zien (je kan ook ‘Greeter’s Choice’ invullen, wat wij deden), en je moet jezelf even voorstellen. Zo kan de organisatie optimaal van matchmaker matchmaker spelen. Ongeveer twee à drie weken voor je aankomstdatum krijg je dan een mailtje van de organisatie met de melding dat het hen ofwel niet gelukt is om een Greeter te vinden (zelden), ofwel met de naam van je Greeter en het bericht dat hij of zij snel contact met jou zal opnemen. Goed dat dit vermeld werd, want toen er na drie dagen nog geen mailtje van onze Peter was gekomen, checkte ik mijn spam even voor de zekerheid, en ja hoor, daar zat-ie. 

Wij krijgen dus Peter als Greeter, een in zijn mailtje enorm charmante, grijzende ‘retired corporate executive’ die geboren werd in Praag, maar al vele decennia in New York woont, en hij gaat ons zijn Brooklyn tonen: downtown, de City hall, Atlantic Avenue en de heerlijk multiculturele middenstand aldaar, Brooklyn Heights, DUMBO, Park Slope, … De wandeling zal ongeveer vier en een half uur duren, Peter komt ons ‘s ochtends in de lobby van ons hotel in Manhattan oppikken, en hij bespreekt met ons nog eens de tocht, ‘in order to best meet your needs’. Wat. Een. Service. Ik kijk er enorm naar uit!

Ik hoef er dus geen tekeningetje bij te maken: die “nachtjes slapen” lukken hier de laatste tijd niet al te best meer. Net zoals twintig jaar geleden lig ik soms nog uren wakker van opwinding en voorpret (en schtress om al het werk dat ik voor vertrek nog gedaan moet krijgen èn om de jobzoektocht, dat ook). 

Nog zes keer slapen. Psyched. 

I said Doctor! Is there nothing I can take?

“Ah allez, doctor in de literatuur? Kunt gij mij dan genezen?”

Zucht. Awel, ja. Indirect. Dirk zegt het ook, veel schoner en eloquenter dan dat ik op zo’n moment op die vraag kan reageren:

We verliezen zienderogen ons talig vermogen. Terwijl verdriet zo hard nood heeft aan woorden. Ik zie veel patiënten die vastzitten in een taalloosheid, dat is dramatisch. Het verdriet heeft die omzwachteling van taal nodig, anders krijg je het niet te pakken. Daarom kan literatuur zo heilzaam werken: omdat ze onszelf formuleert. Wij vertellen, en wij worden verteld, we bestaan in de taal. In een wereld die steeds vaker naar beeld grijpt, die steeds woordenlozer wordt, die taalarmer wordt, is dat een groot probleem.

Het volledige artikel (“‘De kern van mijn succes? Mijn haar.’ In het hoofd van de natiepsychiater: drie avonden met Dirk De Wachter”) vinden jullie deze week in DS Magazine, nr. 194, zaterdag 9 mei 2015 (of via de plus-link). Ik leer dit antwoord alvast uit het hoofd.

Buffet

“En ik wil dat ge vanavond met minstens één mens spreekt die ge nog nooit eerder gezien of gesproken hebt. Daarmee doet ge mij het grootste plezier.” Dat zei de grijzend wijze gastheer tegen de tientallen genodigden op zijn feest, net voor hij nog een aantal mensen bedankte en het buffet voor geopend verklaarde.

Ja. Jààà. Wat goed gezegd, hé Van Liefde, zeg dat eens wat vaker tegen jezelf, peinsde ik. Want wat is het op zulke avonden makkelijk om op je eigen eilandje te blijven zitten, te praten met de mensen die je goed kent, bij wie het comfortabel is, maar soms zo comfortabel dat het risico van de luiheid dreigt. Het risico van het asociale, vermomd in een sociaal jasje, want ja, je babbelt wèl de hele tijd. Maar hoe sociaal zijn de zovele verschillende eilandjes, mensen die elkaar al jaren kennen en elkaar vertellen hoe hun laatste weekendje weg is gegaan – waarschijnlijk waren ze zelfs met elkaar weg -, zonder dat één van hen ook maar een woord wisselt met een andere eilandbewoner?

Jààà, dus. Ik draaide me willekeurig om, keek in onbekende ogen, stak mijn hand uit en zei “Aangenaam!”. En nog eens, en daarna nog een keer.

Fijnste avond ooit.

I want your help for A-me-rrrri-caaa

Hooi op vork, spel op wagen, lot on plate, viel zu verdauen: I has it. De laatste blogpost van de #boostyourpositivity-maand februari, die over ontspannen ging, staat nog in mijn drafts, met de volgende woorden in de hoofding: vrienden – eten – wijn – veel wijn. Zo, dat weet ge dan ook, meer woorden hoeven daar eigenlijk niet meer over geschreven te worden. Dat er nog een reeksje zit aan te komen over doctoreren (ja, daar is blijkbaar vraag naar, komt dat tegen), van het prille begin tot de fase waarin je je haren begint uit te trekken omdat DAT HOOFDSTUK NU NOG ALTIJD NIET AF IS RRRAAAGH, dat is ook beloofd en staat eveneens te groeien in de drafts. Binnenkort begin ik eraan!

Waar ik echter al heel lang wil over bloggen, enerzijds omdat ik bijna uiteenspat van this-is-happening-contentement en anderzijds omdat ik jullie tips en aanraders en afraders en alles wat ook maar enigszins nuttig zou kunnen zijn héél graag zou willen ontvangen in de comments, is onze USA-reis die we deze zomer ondernemen. Van 5 juli tot 17 augustus cruisen wij rond in het New York dat ik tot nog toe enkel ken uit o.a. Friends en Taxi Driver, in het Washington uit House of Cards, in de Smokies uit – nee, van de Smokies heb ik nog niets gezien -, in het Tennessee uit Walk the Line, in het New Orleans uit Treme, in het Denver uit South Park (ja, we willen zo hard naar Casa Bonita), in al die schone nationale parken van op National Geographic en Discovery Channel en in het San Francisco uit Full House. Lees verder

Shortcut/Longcut

Hoe zorg jij ervoor dat alles blijft bollen? Heb jij trucjes die ervoor zorgen dat je nooit te laat komt, dat je ondanks je drukke leven toch twee keer per week in de fitness opduikt, dat jij altijd iets op tafel kunt toveren als er onverwacht vrienden langskomen, of een ander talent waarvan mensen denken: hoe doet die dat toch?

De Activia-challenge die Lilith ons vorige week twee weken geleden al (schaam op mij) voorschotelde gaat over shortcuts. Shortcuts, I have none. Echt niet. Toch geen heel bewuste. Ik kom overal te laat (quod erat demonstrandum). “Even snel boodschappen doen”, “Even snel koken”, “Even snel shoppen”, “Even snel een vriendin bellen”: ik kan dat dus niet hè. Het duurt altijd minstens dubbel zo lang als ik eigenlijk had ingecalculeerd. Ik neem omwegen en zijsprongen, ik flaneer, ik babbel te lang, ik treuzel te graag, ik sta te lang stil. Ik ben een Duitse zin. Toen ik een paar jaar geleden bij de psycholoog een Myers-Briggs Type Indicator (van die vragenlijsten die tot van die spinachtige persoonlijkheidsdiagrammen leiden) had ingevuld, zei hij me dat hij het frappant vond dat iemand met zo’n lage rigiditeit toch aan een doctoraatsproject kon werken. Awel ja. Stoort me totaal niet, overigens. Maar kom, shortcuts, even diep nadenken…

Lees verder

Leve Monsieur Pou!

De opdracht van Oon in week 2 van #boostyourpositivity, over gezond eten en snelle receptjes, kwam – well isn’t it ironic – in de tot nu toe drukste week van 2015, die ik eigenlijk totaal niet had zien aankomen. ‘t Is te zeggen, ik had ze wel gezien, omdat de eerste week van het nieuwe semester voor onderwijzend uniefpersoneel nu eenmaal een vrij belangrijk evenement is, maar mijn dikke doctoraatsverdediging in de intersemestriële vakantie blokkeerde mijn zicht algelijk toch wel. Dus BAF MAANDAG 9 FEBRUARI, lessen, Tutoria, planningen, organiseringsdingen, voorbereidingen afwerken en zelf ook weer op de schoolbanken gaan zitten, IN MY FACE. Voeg daarbij dat ik door de drukte totaal niet had nagedacht over wat we naar binnen zouden kunnen spelen die week, en dat tze boyfriend, mijn kok in drukke tijden, er onverwacht een extra lesopdracht bijkreeg, zodat we uiteindelijk geen enkele avond vers hebben gekookt èn deze post een week te laat komt.
Lees verder

Dag Maaike, dag zot ding van zestien

Zoals jij vier jaar geleden, bij “hoekenwerk” in het zesde leerjaar bij juffrouw Vera, een brief schreef aan je achttienjarige zelf, zo schrijft je bijna-achtentwintigjarige ik een brief naar jou, het meisje van zestien. Met wat raad, wat sentimenteel gedoe (ja, je gevoel voor theatraliteit is bijlange nog niet weggedeemsterd) en een sneak preview van wat komen gaat.

Lees verder

Bewondering en ontroering, zo’n gedichtendag

Omdat ze een ongelooflijk talent is, omdat ze dit weekend haar eerste dichtbundel voorstelt, ook een beetje omdat ze een oud-studente is, en omdat het onderstaande gedicht me ontroerde vanaf de eerste keer dat ik het las en nog meer toen ik het haar hoorde voordragen, me pakte, me meenam naar het moment waarop bij mij ooit alle rede stopte, zoals dat soms gebeurt, en het me nog steeds ontroert. Omdat het gedichtendag is: een gedicht van Charlotte Van den Broeck.

Kleine vulkaan (Eyafjällajoküll)

We gooiden een anker. We zeiden hier stopt alle Rede.
Als we ooit weer wilden denken, konden we naar dat anker
terugkeren. We zeiden nu is een vingerknip, nu is alweer voorbij,
dus als we nu vergeten dat wij hier voorbijgaan, zijn wij een
eeuwigheid, zijn wij de lakens over het hoofd, heer en
meester van de tijd, als we maar niet ademen, dan gaan we niet
voorbij, dan hoeven we niet te denken aan,
waarom zouden we ooit nog denken aan:

frambozen en rode wijn , een clandestiene vrijpartij,
een hand die niet weet waar, een hand die per ongeluk geheugen krijgt,
een vingerknip, een tijdverdrijf, het klakken van een tong tussen duim
en wijsvinger, de rode huig die zweept,
wat stokt in de keel naar beneden,
altijd verder je ogen zijn zwarte kralen
altijd naar beneden, kleine zwarte kralen,
ik peuter ze uit mijn navel:
zeeroversparels.

– Charlotte Van den Broeck –

Climb other mountains

In 2015 worden er hier andere bergen beklommen! We beginnen rustig in het voorjaar, met o.a. Prenzlauer Berg in Berlijn, een rustige klim van vijf dagen, wanneer de eerste zonnestralen komen piepen. Een kleine training voor de zomer, wanneer (melige woorden coming your way, maar het is gemeend) een droom in vervulling gaat met een American roadtrip, zo’n èchte, east coast to west coast, met een auto en al, van zes weken. Deel één brengt ons van de wolkenkrabbers van New York over de Great Smoky Mountains tot in de bayous van The Deep South, in deel twee trekken we van de Rocky Mountains door Death Valley naar the city of hills: San Francisco.

En ondertussen dit zingen, natuurlijk. Maaaaat, heb ik daar nu eens zoveel zìn in!!