Leve Monsieur Pou!

De opdracht van Oon in week 2 van #boostyourpositivity, over gezond eten en snelle receptjes, kwam – well isn’t it ironic – in de tot nu toe drukste week van 2015, die ik eigenlijk totaal niet had zien aankomen. ‘t Is te zeggen, ik had ze wel gezien, omdat de eerste week van het nieuwe semester voor onderwijzend uniefpersoneel nu eenmaal een vrij belangrijk evenement is, maar mijn dikke doctoraatsverdediging in de intersemestriële vakantie blokkeerde mijn zicht algelijk toch wel. Dus BAF MAANDAG 9 FEBRUARI, lessen, Tutoria, planningen, organiseringsdingen, voorbereidingen afwerken en zelf ook weer op de schoolbanken gaan zitten, IN MY FACE. Voeg daarbij dat ik door de drukte totaal niet had nagedacht over wat we naar binnen zouden kunnen spelen die week, en dat tze boyfriend, mijn kok in drukke tijden, er onverwacht een extra lesopdracht bijkreeg, zodat we uiteindelijk geen enkele avond vers hebben gekookt èn deze post een week te laat komt.
Lees verder

Dag Maaike, dag zot ding van zestien

Zoals jij vier jaar geleden, bij “hoekenwerk” in het zesde leerjaar bij juffrouw Vera, een brief schreef aan je achttienjarige zelf, zo schrijft je bijna-achtentwintigjarige ik een brief naar jou, het meisje van zestien. Met wat raad, wat sentimenteel gedoe (ja, je gevoel voor theatraliteit is bijlange nog niet weggedeemsterd) en een sneak preview van wat komen gaat.

Lees verder

Bewondering en ontroering, zo’n gedichtendag

Omdat ze een ongelooflijk talent is, omdat ze dit weekend haar eerste dichtbundel voorstelt, ook een beetje omdat ze een oud-studente is, en omdat het onderstaande gedicht me ontroerde vanaf de eerste keer dat ik het las en nog meer toen ik het haar hoorde voordragen, me pakte, me meenam naar het moment waarop bij mij ooit alle rede stopte, zoals dat soms gebeurt, en het me nog steeds ontroert. Omdat het gedichtendag is: een gedicht van Charlotte Van den Broeck.

Kleine vulkaan (Eyafjällajoküll)

We gooiden een anker. We zeiden hier stopt alle Rede.
Als we ooit weer wilden denken, konden we naar dat anker
terugkeren. We zeiden nu is een vingerknip, nu is alweer voorbij,
dus als we nu vergeten dat wij hier voorbijgaan, zijn wij een
eeuwigheid, zijn wij de lakens over het hoofd, heer en
meester van de tijd, als we maar niet ademen, dan gaan we niet
voorbij, dan hoeven we niet te denken aan,
waarom zouden we ooit nog denken aan:

frambozen en rode wijn , een clandestiene vrijpartij,
een hand die niet weet waar, een hand die per ongeluk geheugen krijgt,
een vingerknip, een tijdverdrijf, het klakken van een tong tussen duim
en wijsvinger, de rode huig die zweept,
wat stokt in de keel naar beneden,
altijd verder je ogen zijn zwarte kralen
altijd naar beneden, kleine zwarte kralen,
ik peuter ze uit mijn navel:
zeeroversparels.

- Charlotte Van den Broeck -

Climb other mountains

In 2015 worden er hier andere bergen beklommen! We beginnen rustig in het voorjaar, met o.a. Prenzlauer Berg in Berlijn, een rustige klim van vijf dagen, wanneer de eerste zonnestralen komen piepen. Een kleine training voor de zomer, wanneer (melige woorden coming your way, maar het is gemeend) een droom in vervulling gaat met een American roadtrip, zo’n èchte, east coast to west coast, met een auto en al, van zes weken. Deel één brengt ons van de wolkenkrabbers van New York over de Great Smoky Mountains tot in de bayous van The Deep South, in deel twee trekken we van de Rocky Mountains door Death Valley naar the city of hills: San Francisco.

En ondertussen dit zingen, natuurlijk. Maaaaat, heb ik daar nu eens zoveel zìn in!!

Lille

Onder de kerstboom had ik voor Jan dit jaar drie dagen Lille gelegd – in de materiële vorm van een Trotter Nord/Pas-de-Calais weliswaar, verder geen afspraken tussen 28 en 30 december, een routebeschrijving in mijn hoofd (jaja, ik weet het, easy-peasy maar schaamopmij, ik was daar nog nooit!) en twee gereserveerde nachten in een hotel in het centrum. Plus enorm veel zin in een paar daagjes weg met ons twee. En ziet: het was heerlijk. Lille is een mooie stad! Toegegeven, zodra je buiten het centrum gaat, zit je al snel op van die typisch grijze Franse, brede boulevards met vier rijvakken vol ronkende Renaults, waar de e-sigarettenwinkels, night shops en groezelige appartementsgebouwen welig tieren, maar Vieux Lille en de winkelstraten errond en naar het station toe zijn echt wel gezellig. Een klein overzichtje van de fijnste adresjes, (vooral) plaatsen waar ze nietnormaallekker eten hebben en tips voor bezigheden in die stad net over de grens die enkel Vlamingen als Rijsel kennen.

Lees verder

Secret Santa 2014

Ha, een unicum: ik schreef eerst 2015 in de titel van deze post, terwijl ik normaal gezien ongeveer ergens tot in juni het jaar fout blijf schrijven.

Until mid-August

Een teken aan de wand misschien – hoewel ik het jaar 2014 op geen enkel moment (nu ja, behalve een paar keer dan) echt verwenst heb. Er werd rondom mij niet gestorven, niet ernstig geziekt, niet geruzied, ik heb de mensen rond mij graag gezien en zij mij. Het was wel een vrij eenzaam en ongezond jaar: er werd vooral veel alleen aan mijn bureau gezeten en gedoctoreerd. Ik heb te weinig vrienden gezien, te weinig bewogen, te veel gegeten en te weinig gereisd (hoewel Amsterdam/Den Haag in maart en Lille vorige week, én de schrijfretraites in Knokke en het exotische Waasmunster de veertiense eentonigheid wel doorbraken). Het staat nu al vast dat 2015 een ontspannender-spannender jaar wordt. Maar 2014, al bij al waart ge geen slecht jaar: ge hebt mij veel laten zwijgen, laten nadenken en leren, en uw rustige vastheid was een welkome verademing na het turbulente duo 2012-2013. Waarvoor dank.

2014 was ook het jaar waarin ik opnieuw meer wilde gaan bloggen en creatief bezig zijn (wat door de u welbekende reden minder goed gelukt is dan ik had gehoopt). In dat opzicht werd het jaar wel afgesloten met drie heel oprechte wensen aan blogsters die de kerstelfjes van Tess bij toebedeelden. Saskia van Zazozip, Ilse van Vierenveertig en Kim van Kristofenkim: ik hoop dat jullie 2015 een goedje wordt!

secretsanta

Ik mocht stuk voor stuk prachtige wensen ontvangen: van Tess herself, van Sandra van Gekwek en van Katrien van MadebyKK. Kleine verwenpakketjes met de liefste woorden en leukste hebbedingen die mooi om beurt kwamen, de post gaan ophalen vier trappen lager was nog nooit zo leuk als de afgelopen week.

Dankjewel alledrie! Ik wens jullie een niet minder dan zalig nieuw jaar. En een dankjewel natuurlijk aan Tess om deze editie een nieuwe draai te geven en de organisatie te verzorgen: ik heb van het hele proces echt genoten. Die Hallmarkcarrière is je zo hard gegund ;-).

PhDuizel

Ik duizel.
Es schwindelt mir.

Op m’n bureau thuis staat een foto van – vanitas vanitatum, maar niet heus – mezelf, twee zomers geleden, toen ik na een loodzware klim van bijna 1000 meter in Gran Paradiso op de top van de berg stond te genieten van het uitzicht. Duizelend, maar zò content dat ik er geraakt was. Dat was mijn motivator, mijn metafoor bij het schrijven aan dat bureautje. Mijn doctoraat was mijn berg: ik moest en zou er, zoals toen, op en over geraken.

loie

Ik diende deze ochtend mijn doctoraat in, en nu zit ik al even terug op mijn bureaustoel, al de hele tijd te duizelen. Mijn lieve collega bracht me al een glas water, hield het gesprek gaande – blijkbaar zag ik er heel bleek uit -, maar bovenal, hij begreep het allemaal. Ich hab’s geschafft, das Ding – nog niet zo lang geleden voerde ik dat ‘koosnaampje’ in, om het te objectiveren, het wat verder van me af te duwen, nadat ik me anderhalf jaar lang op bijna niets anders had gefocust en het grondig beu begon te worden. Dat had zeker ook te maken met het feit dat het op het allerlaatste maar blèèf aanslepen, met artikelaanvaardingsperikelen en veel extra werk op het laatste moment (vandaar de stilte hier), behoorlijk wat deuken in mijn zelfvertrouwen wat die kant van het PhD-leven betreft, en daaruit voortvloeiend een soort Angst – van de Duitse soort, jaja – om die conclusie nu eens helemaal af te werken.

Maar kijk, mijn doctoraat over Thomas Brussig en z’n ‘heilige trias’ humor, intertekstualiteit en maatschappijkritiek (voor de volledigheid: die ik met Bachtins theorie rond de dialogiciteit onder één noemer bracht en met het neologisme ‘Popstmoderne’ in de hedendaagse poëtica probeerde te plaatsen): het ligt er. Ondanks het feit dat er in de afgelopen jaren iemand was die me expliciet zei dat ik het zonder hem nooit zou kunnen afwerken (een risico waarvan ik dolblij ben dat ik het heb genomen, maar ergens is dat zinnetje wel in mijn hoofd blijven rondspoken).

doctoraatfertig

Neen, dat is geen typo.

Een andere lieve collega schreef me dat het nu tijd is om “schonmal heimlich anzufangen, stolz zu sein”. Ik vind dat wel moeilijk: de kritiek bij die artikelaanvaardingsperikelen van de laatste maanden heeft blijkbaar diepe sporen nagelaten, merk ik bij mezelf. Maar ik ben trots dat het me gelukt is – en op mijn werk op zich ook, ja (slowly learning, mensen :)). Het zijn mijn analyses, niemand anders had ze zo kunnen schrijven zoals ik ze geschreven en uitgevoerd heb. Trots, dus. Opluchting is er ook, en emotie, maar die waren er ook al toen ik de laatste zin van mijn slot schreef (met andere woorden; bleitinge). Rust en blijdschap. YES! Mijn berg is beklommen, ik sta erop. Ik heb een boek geschreven, 366 pagina’s, in het Duits, over een schrijver die naar mijn aanvoelen een héél belangrijke rol heeft gespeeld in de literatuur van na de Wende. Ergens begin februari mag ik die these ook mondeling gaan verdedigen tegenover een zeskoppige jury en een publiek van vrienden en familie – zweetpollenalert!! Maar dan is het voorbij, en hoewel ik nog steeds ongelooflijk blij ben dat ik de kans heb gekregen om te mogen doctoreren, kijk ik daar heel hard naar uit. Daarna mag ik nog even verder lesgeven en tutoriumcoördineren hier aan de universiteit – iets wat ik supergraag doe -, dan steken we de plas over om in de VS van A te gaan rondtoeren, en dan: The Great Post-PhD-Unknown.

Maar eerst: stoppen met duizelen en nog een beetje anfangen, stolz zu sein.

(En aan mijn drie kerstkaartjes voor Tess’ Secret Santa beginnen!)

The value of the humanities

Via een oud-studiegenote die momenteel haar doctoraat in de linguïstiek afwerkt aan de universiteit van Utrecht, kwam ik een paar dagen geleden terecht op thevalueofthehumanities.com. Ja, dacht ik, jàààà! Een paar dagen daarvoor woonde ik de proclamatie bij van onze Masters Taal- en Letterkunde aan de UGent. Er zat me heel wat dwars nadien, maar afgezien van een geanimeerde/verhitte tafeldiscussie met ‘mijn’ afgestudeerde master en zijn familie, deed ik er niet veel mee. Tot ik de documentaire van Shanti van Dam zag.

Ik had van de professoren – echt, élk van hen – die vorige week de kersverse Masters of Arts uitzwaaiden met de bemoedigende woorden (ik parafraseer snel):

Jullie hebben nu een diploma dat door velen nutteloos geacht wordt. Maar vreest niet: jullie vinden wel een job, ten laatste na een jaar, ook al is het dan misschien in een sector waar jullie liever niet terechtkwamen.

zò graag een ander discours gehoord. Het is een moeilijke periode om werk te vinden, akkoord, maar zoveel zelfrelativering en zelfs door literatuurprofessoren geïncorporeerde dédain voor het diploma, daarmee geef je je studenten toch niet de vleugels die ze nodig hebben om uit te vliegen, waarheen dan ook?

Nee, hoeveel interessanter en passender is het inspirerende discours dat de professoren uit deze documentaire zo vurig, maar wel met oog voor nuance en voor kritische bemerkingen brengen. Zij focussen op de wààrde van de geesteswetenschappen, van de ‘humanities’, liever dan nog maar eens te benadrukken hoe ze door anderen vrij waardeloos worden geacht. Een aanrader.

Ik moet er zelf nog eens diep over nadenken en mijn gedachten tot mijn eigen pleidooi voor de geesteswetenschappen omturnen, maar de laatste loodjes van mijn doctoraat vormen momenteel de wetten en praktische bezwaren tussen die droom en mijn daad. In elk geval: het komt, het komt. In afwachting daarvan kunnen moeten jullie straks, allez, nu eigenlijk naar de inspirerende documentaire van Shanti van Dam kijken, echt. Dus: 26.09.2014 om 17.25 u, de TV-uitzending is te zien op NPOdoc en natuurlijk via livestream op npodoc.nl – er is geo restriction voor mensen buiten Nederland, maar die is via Hola.org te omzeilen.

En als jullie de documentaire gemist hebben, dan is er nog altijd Tim Minchin om het goede voorbeeld te geven, wat afscheidsspeeches op proclamaties betreft.

Omgekeerd procrastineren

Van die personal management-goeroeboeken als Getting Things Done, zelfhulpgidsen met schreeuwende titels als Finish Your Dissertation Once And For All!, blogs zoals thesiswhisperer.com, posts met een ‘How To Write 1000 Words A Day (And Not Go Bat Shit Crazy)’-stappenplan: ik heb ze allemaal gelezen, zo tot vorig jaar rond deze tijd. Dat is te zeggen: tot voor het ‘echte werk’ aanbreekt, wanneer je niet meer het gevoel hebt nog duizend boeken te moeten lezen voor je zelf iets zinnigs kan (mag) zeggen over je doctoraatsonderwerp, en je je gewoon aan je laptop moet zetten en moet beginnen schrijven. Ik las ze voor de bijwijlen interessante tips, voor de lijstjes (<3), en voor een groot deel waarschijnlijk ook als een productieve uitwas (of dat maak ik me zelf althans wijs) van mijn procrastineerdrang. De inhoud bestaat meestal uit common sense gemengd met modewoorden en wat gebakken lucht, maar toch. Ik laat mij al graag eens vangen aan dat genre.

In mijn collega H. vind ik daarin een metgezel. Een paar maanden geleden vertelde zij me een tip die ze ergens in een van haar boeken had gelezen, over hoe je jezelf uit de negatieve uitstelgedragspiraal kunt halen. De goeroe in kwestie gaf mee dat het heel productief kan zijn om jezelf omgekeerd te laten procrastineren, dus door te schrijven aan je doctoraat. Dat gaat zo: begin te schrijven aan iets anders, een brief, een artikel, wat dan ook, en je zal zien, je zal op den duur dat werk gaan uitstellen en uitvluchten zoeken om niet daaraan te hoeven werken, door te werken aan je doctoraat.

#ZEVERGEZEVER, ongeveer zoiets dacht ik toen. Ik heb die tip dan ook nooit toegepast.

Vandaag, een maand voor mijn deadline: ik ben nog volop aan het schrijven, maar probeer ondertussen natuurlijk ook al mijn post-PhD-tijdperk wat voor te bereiden: vacatures checken, hier en daar solliciteren. Tegen overmorgen moet ik nog twee motivatiebrieven schrijven, die maar niet afgewerkt raken. Telkens ik daar een paar minuten aan schrijf, dwaal ik namelijk weer af naar het Word-Bestand “Doctoraat Maaike” dat ernaast ook open staat. Véél wijzer. En vooruit dat het gaat!

Ik moet dringend aan H. de naam van die goeroe nog eens vragen. Beste tip ooit :-).