Archief | Literatuur RSS feed for this section

Vom armen Konsalik

8 dec

Die Heinz G. Konsalik moet echt de minst gelezen of minst geliefde auteur van de Vlaamsche contreien zijn. In elke Kringwinkel waar ik kom – en dat zijn er de laatste tijd, met het oog op ons interieurplan “Uitgepuurde Vintagekitschbazaarstijl” (vraag me niet wat dat gaat geven, we weten het zelf nog niet helemaal), nogal veel – staat er in de boekenhoek steevast een hele plank met werken van zijn hand. Volgens Wikipedia is hij een van de commercieel succesrijkste auteurs van Duitsland (geweest), maar zijn boeken worden tegenwoordig aan de prijs van één luttele euro per kilo verkocht. Dat belooft dus voor de Pieter Aspes van deze wereld.

Nog nooit iets van gelezen trouwens, van onze Konsalik, hoewel ik dat misschien wel eens zou moeten doen, want met Thomas Brussig onderzoek ik nu ook niet bepaald de Grote Duitse Literatuur, maar begeef ik me toch eerder in de sfeer van de U(nterhaltungs)-Literatur.

Waarmee ik jullie natuurlijk allemaal gewoon richting de boeken van Thomas Brussig wil drijven, omdat ik vind dat jullie allemaal toch minstens een boek van hem zouden mogen hebben gelezen. (Al was het maar dat ik dan ook met jullie over “mijn” auteur zou kunnen babbelen, want voorlopig ken ik enkel die ambetanterik van de filosofie een verdieping hoger die mij altijd van mijn werk houdt in de bibliotheek, met hoogstaande existentiële en vooral monologische exposés over zijn onderzoek, die “vrijwillig” een boek van Brussig heeft gelezen – en serieus, dat is écht een ambetanterik, dus begin ik te twijfelen aan mijn eigen leukigheid, boehoehoe.) Voor de ikleesnietgragers, begin met Am kürzeren Ende der Sonnenallee (heel krakkemikkig als “Het mooiste meisje van Berlijn” vertaald), voor de ikbeneenbeetjevaneenvetzakske raad ik Helden wie wir (“Helden zoals wij”) aan, en voor de durvers (want onderhoudend maar soms een heel breedsprakerige, clichématige taal én nog niet vertaald, denk ik) Wie es leuchtet. Mijn leukigheidstwijfel dankt u!

Missie #thesis2306

9 jun

Mijn euforische stemming van vorige week is gesmolten als sneeuw voor de zon – niet moeilijk ook, ‘t is hier godverdekke al drie dagen 30°C (en doef!), en het ziet er niet naar uit dat dat gaat veranderen de komende dagen, de occasionele avondonweders niet meegerekend. Ik ben nu voor serieus aan mijn thesis beginnen te schrijven, en het gaat bijlange zo vlot niet als ik had gehoopt. Ik zit nu op een dikke 4000 woorden, maar daar staan nog een hoop citaten en losse flodders in die ik uiteindelijk waarschijnlijk niet zal gebruiken. Doel is ergens tussen de 12.000 en de 15.000 te landen, en dat zou ik graag voor 23 juni klaargespeeld krijgen. Dat is gelijk binnen twee weken al, slik. De echte deadline is 23 augustus, maar ik heb mijn promotor beloofd dat ik in juni een eerste versie zou doorsturen, en bovendien wachten mij daarna ook nog drie Hausarbeiten, voor de vakken die ik hier volg. Die moeten elk ongeveer 12 tot 15 pagina’s lang zijn, en moeten ergens begin augustus ingediend worden. En ik schrijf niet al te snel, dus die zelfopgestelde deadlines zijn zeker niet overdreven.

Ik ben normaal geen al te grote zaag hier, maar hapfff, soms heb je van die momenten dat het allemaal een beetje te veel wordt, kennen jullie dat? Misschien zit de terugslag van de heerlijke week thuis er ook voor iets tussen, maar ik zag het echt echt echt zitten om de komende weken echt keihard te thesissen en te paperen, en die motivatie ben ik – nu al – een beetje kwijt. Mijn inspiratie ook, trouwens. Ik wéét wel ongeveer wat ik wil schrijven, het zit alleen niet echt gestructureerd in mijn hoofd, en het heeft ook nog niet te veel zin om eruit te komen, me dunkt. Maar het moet, het MOET, anders heb ik in juli grote, grote problemen. En ik weet dat ik het kan, want vorig jaar schreef ik in de drie eerste weken van mei ongeveer 20.000 woorden voor mijn thesis, toen ik daarover ook al in de stress was geschoten.

Spelen jullie dus even voor mijn geweten en geven jullie me een schop onder de kont? Om mij beter in de gaten te kunnen houden – en vergeef mij, ik weet dat sommigen dit een van de ergerlijkste twitter-forum-facebookgebruiken ooit vinden, jullie hebben gelijk -, ga ik vanaf vanavond ook mijn thesisvoortgang beginnen te tweeten. Heel subtiel, gewoon in de vorm van een – voorlopig nog viercijferig, hopelijk verandert dat snel – getal. Ter mijner motivatie, als een waarschuwing voor mezelf, en ook als een soort vorm van “sociale controle”. Want wer eher fertig ist, kann länger fertig sein. Screw missie #orchidee, hier is missie #thesis2306.

For the record: vanmorgen stond het tellertje op 3500 en een sjiek. Doorheen deze onproductieve dag zijn er dat 4034 geworden, maar how, de avond is nog jong en ik heb nog veel Cola Zero staan. Wish me luck.

Die Stille vor (und nach) dem Sturm

12 apr

Zondagavond, lekker rustig aan mijn bureautje, werkend aan mijn thesis. Mijn gedachten dwalen echter steeds af naar de voorbije dagen, die eivol met activiteiten, bureaucratie, nieuwe mensen en vreemde talen zaten. Vandaar, een blogpost om alle highlights even op een rijtje te zetten. Zo zijn jullie ook meteen weer mee/met mijn wel en wee. Rijmen en dichten zonder mijn gat op te lichten, I has it.

[Zondagavond eindigde in een Skype-sessie met mijn allerliefste, dus werkte ik mijn bericht pas vandaag af. Ik vond die eerste zinnen echter nogal sfeerscheppend, dus heb ik ze maar laten staan. Dichterlijke vrijheid, I has it.]

Woensdag – eerste dag van het Orientierungsprogramm (God, als ik aan die eerste dag terugdenk, lijkt dat dus echt al een maand geleden)

  • Ontmoeting met Triin aan de bushalte naar de Uni (een Estse die hier een semester economie studeert), met Kathi en Tanja (twee Duitse Mädels die psychologie studeren in Maastricht, maar hier op Erasmus zijn) en Henrika (een Finse Verwaltungswissenschaftlerin)
  • Juij, sociaal contact!
  • Ontmoeting met Herr Nicolas B Ege, your all time favourite Oripro-grandpa, echt een lieve man die zich met hart en ziel inzet voor alles wat met internationalisering aan de Uni Konstanz te maken heeft. Van hem en de groep enthousiaste jonge mensen rond hem, beter gekend als LEI (Lokale Erasmus Initiative), kregen we onze eerste Brezel. Ik ben er niet zo zot van, moet ik zeggen.
  • In ruil voor die Brezel moest je normaal gezien wel een Duitstest maken, om te zien in welke groep, naargelang je Deutschkenntnisse, je daarna voor de rest van het programma werd ingedeeld. Maar MA Germanistik zijn en toch nog moeten bewijzen dat je Duits van een goed niveau is, vonden zelfs de organisatoren hier er een beetje over, dus deed ik de test niet. Konstanz heeft een rebel van mij gemaakt. Hm.
  • Omdat ik hier al een week was (lees: omdat ik een regelteef ben), had ik al redelijk veel van de praktische beslommeringen gedaan, zoals de bankrekening openen, de Solispende betalen, de Anmeldung als burger van Konstanz, … Ik kon dus rustig nog mijn Studi-ticket (semesterkaart voor alle buslijnen én de ferry voor een luttele 38 euries) en mijn Mensa-chipkaart (om je eten in de Mensa te betalen, kopies te nemen in de bib, …) kopen.
  • De vegetarische schotels in de Uni-Mensa zijn zeer eetbaar! € 2,80 is ook geen geld voor wat je krijgt (bijvoorbeeld: bladerdeeggebak gevuld met spinazie en fetakaas, ongeveer een kilo rijst als Beilage en een flinke pot kersenyoghurt als dessert), dus je hoort mij zeker en vast niet klagen! Vandaag at ik als Wahlessen Schweinegeschnetzeltes Züricher Art mit Kartoffeln, kwestie van mijn regionale integratie wat te bevorderen. Volgende keer neem ik toch wel weer vegetarisch, denk ik. (Er was ook het € 2,55 “dure” Stammessen, kip met een krokante korst, frietjes en een slaatje, maar daar stonden natuurlijk drie miljoen mensen te wachten.)
  • “Immatrikulation” is inderdaad net zo vies als het klinkt. Dat is de eigenlijke inschrijving aan de Uni en een saai werk van lange adem en wachten, wachten, nog veertigduizend personen voor mij, wachten, oh man ik krijg honger, wachten, ah yes ‘t is aan mij, ondertekenen, woehoe ik ben buiten!
  • De cocktailbar heet hier Die Cocktailbar (surprise!), ligt vlakbij de heilige grond van het Münster en heeft een kaart met ongeveer 135 verschillende shakes aan werkelijk spotgoedkope prijzen (2,5 tot 4 euro).
  • Ik sprak vandaag zeker vier talen door elkaar (Duits, Nederlands, Engels en een beetje Frans), met als resultaat dat daaruit spontaan een nog niet bestaande vijfde taal ontstond, een mix van alles door elkaar. Echt, höllische Kopfschmerzen ‘s avonds!

Donderdag

  • Uitslapen! Omdat ik dus een regelteef ben (loont zich!), en hoefde ik pas om 13h30 op de Uni te zijn voor de rondleiding door het Sprachlehrinstitut en de Bibliothek.
  • Ja mensen, wat die bibliotheek betreft. Serieus. Ik. Was. (En ben nog steeds.) Totaal. Overdonderd! De Bibliothek bevindt zich in het hart van de universiteit, bevat ongeveer 2 miljoen boeken van alle vakgroepen en over elk mogelijk onderwerp, die allemaal vrij toegankelijk opgesteld staan (de oppervlakte is dus reusachtig) en is 24 op 24, zeven dagen op zeven geopend. *insert HALLELUJAH-koortje* Er is overal Wifi, er is een krantenhoek met gezellige zetels en internationale kranten en tijdschriften, een grote Mediothek, er zijn computers, toiletten, grote print-kopieermachines op praktisch elke hoek (waarmee je ook kan scannen, en de scanopdracht – in plaats van af te drukken – heel eenvoudig in pdf naar je eigen e-mailadres kan sturen), tafeltjes waar je rustig alleen kan werken, afgesloten lokaaltjes waar je samen aan een groepswerk kan werken, … Èn ze hebben van die custom-made fancy en superhandige doorzichtige draagtassen (met niet-doorzichtige tassen of je jas kom je er niet in). Check de mijne, ik ben er een beetje verliefd op!
  • Echt, de bibliotheek was the main event van donderdag. Daarna enkel nog onbeduidendheid. En vooral, moeheid. Ik zat er dus vroeg in.

Vrijdag

  • Na de deskundige uitleg van Frank E. Lutzenberger (een gekruiste Duits-Japanner met een fantastisch gevoel voor humor) over ECTS-dink, Transcript of Records-gevaren en Scheine-beesten, volgde alweer een rondleidingendag. Ditmaal door het Rechenzentrum (de place to be als je problemen hebt met je computer, je wordt gratis verdergeholpen!) en over de sportterreinen van de Universität. Konstanz heeft het beste, grootste én voordeligste sportaanbod van alle universiteiten en hogescholen in Duitsland, dus je kan je voorstellen dat ook dit alweer de moeite was. Wat mijn sportieve prestaties betreft: ik zal hier yoga doen (op donderdagavond), zumba (op vrijdagavond) en af en toe een occasionele duik in het zwembad maken. Windsurfen of zeilen klinken natuurlijk spannender, maar ik wil graag levend naar huis komen, en bovendien zaten deze cursussen natuurlijk meteen vol.
  • Besef: ze geven graag rondleidingen in Konstanz. En ik ga graag mee!
  • ‘s Avonds was er dan de Nice Taste-party georganiseerd door LEI, maar het leek eerder een schoolfeestje georganiseerd door juffrouw An en juffrouw Vera van het zesde leerjaar. We zochten dus snel andere oorden op en belandden in Klimperkasten, een fijn cafeetje in jaren ’50-stijl in het centrum. Bijna waren we nietsvermoedend de Corso Bar binnengestapt, op aanraden van een local, maar door de ijzeren paal die we door het raam konden zien, kregen we op tijd door dat deze bar niet meteen “ons genre” was (lees: er hing een schaarsgeklede vrouw rond die paal. Te “dansen” enal.)
  • In Finland is paaldansen een echte sport, met lessen en zo. Goed voor de spieren, naar het schijnt. Dewelke, vraag ik mij dan af, maar dat zei Henrika er niet bij.

Zaterdag – weekend, dus rust? Think again!

  • Normaal gezien zouden we de zaterdagvoormiddag de plaatselijke Flohmarkt bezoeken, maar we waren allemaal zo bekaf van de voorbije dagen, dat we gewoon bleven liggen. In de namiddag stond namelijk een Stadtführung door Konstanz op het programma, dus de rust was welgekomen.
  • De Stadtführung was zeer de moeite, met Herr Ege als volleerde gids. Liefste toekomstige bezoekers, verwacht jullie maar aan iets soortgelijks met mij als gids als jullie hierheen komen, want de stad is gewoon te mooi om er niet eens volledig en op je gemakje door te lopen.
  • ZEPPELINS! Ik zag de eerste echte zeppelin in heel mijn leven! En ik ben er helemaal gek op! Die voor mij sprookjesachtige dingen vliegen hier dus gewoon rond, over de stad en de Bodensee. Graf Zeppelin werd namelijk in Konstanz geboren, en week daarna uit naar Friedrichshafen aan de andere kant van het meer, vanwaar de zeppelins sinds enkele jaren weer uitvliegen. Wees gerust, deze soort kan niet meer ontploffen, geen Hindenburg II dus. Echt, I love them!
  • Zaterdagavond was een avondje op’t gemak, met wat thesiswerk én met mijn eerste echte kookwerk hier: rundsvlees in citroen-thijmmarinade (copyright Nigella) met prinsessenboontjes en patatjes. Dat het goed was!

Zondag – Meersburgdag

  • Vandaag kropen we op de ferry richting Meersburg, een middeleeuws dorpje met typische Fachwerkhäuser, een Alte Burg én een Neue Burg. Ik moest aldoor aan Linde denken, zij zou het hier fantastisch vinden (kerel, ze hebben hier zelfs locals die zich als middeleeuwers verkleden! Eat that Carcassonne!).
  • In de torenkamer van de Alte Burg droeg ik in opdracht van opa Ege een gedicht voor van de Duitse dichteres/schrijfster Annette von Droste-Hülshoff, die in diezelfde kamer werkte, veel liefdesverdriet had en uiteindelijk ook stierf. De sloore.

An Levin Schücking

O frage nicht, was mich so tief bewegt,
Seh’ ich dein junges Blut so freudig wallen,
Warum, an deine klare Stirn gelegt,
Mir schwere Tropfen aus den Wimpern fallen.

Mir träumte einst, ich sei ein albern Kind,
Sich emsig mühend an des Tisches Borden;
Wie übermächtig die Vokabeln sind,
Die wieder Hieroglyphen mir geworden!

Und als ich dann erwacht, da weint’ ich heiß,
Daß mir so klar und nüchtern jetzt zu Mute,
Daß ich so schrankenlos und überweis’,
So ohne Furcht vor Schelten und vor Rute.

So, wenn ich schaue in dein Antlitz mild,
Wo tausend frische Lebenskeime walten,
Da ist es mir, als ob Natur mein Bild
Mir aus dem Zauberspiegel vorgehalten;

Und all mein Hoffen, meiner Seele Brand
Und meiner Liebessonne dämmernd Scheinen,
Was noch entschwinden wird und was entschwand,
Das muß ich Alles dann in dir beweinen.

  • Vlak nadat we in Meersburg op de ferry gestapt waren die ons terug naar Konstanz bracht, begon het in Meersburg te sneeuwen! Oef! ‘t Was wel grappig om te zien hoe de Nieuw-Zeelandse Rebecca heel erg teleurgesteld was: ze heeft in haar leven nog nooit sneeuw gezien. Afijn: het weer is hier in Baden-Württemberg dus een beetje raar, maar in Konstanz schijnt de zon bijna altijd! Yay for me!

En nog wat weetjes soundso (niet-Germanisten: spreek uit [zo:oentzo:])

  • Ik hou onnoemelijk veel van het geluid dat mijn kamer binnendrijft overdag: de lage “toooooeeeet toooeeeet” van de schepen die de Seerhein opvaren en in de Konstanzer haven aanmeren, maakt mij ongelooflijk kalm.
  • Ik ben superblij met mijn eigen stekje in Paradies! Aanvankelijk wou ik liever samen met anderen in een WG zitten, in het met Erasmusstudenten gevulde Europahaus verder in mijn straat, maar nu heb ik het voordeel van vriendinnen in datzelfde Europahaus, bij wie ik steeds terechtkan, én mijn eigen plekje als ik even geen zin heb in sociaal gedoe of op mijn gemak wil werken. Optimaal!
  • Straks heb ik mijn eerste echte les! “Das Rohe und das Gekochte”, over kokeneten in literatuur. Spannend!
  • De reclame voor vleesproducent Meica op de radio klinkt als “Maaike macht das Würstchen!”. Ganz toll ja.
  • Ik heb tot nu toe nog geen zin gehad in frietjes van bij Eddy.
  • Wel in kip tikka massala, die maak ik later deze week dus eens klaar.
  • “Heej oewiest!” is hier “Hey, alles klar?” ‘t Herinnert me steeds aan Tine en haar “ich komme ganz gut klar mit dir” :).
  • Uni Konstanz is there for you! Terwijl het bij ons eerder zo is van “wij zijn de universiteit, jullie de studenten, en alles wat wij voor jullie kunnen doen, moeten jullie eigenlijk zelf maar een beetje uitzoeken”, is het hier compleet anders. Ik heb nog nooit zo’n grondig georganiseerde en goed gestructureerde uniefmachine meegemaakt, volgens mij kunnen we daar in België nog heel wat van leren.
  • Woensdagavond is er hier in de universiteit zelf de Ersti-Party. Een fuif in de Blandijn (say Aquarium), ik zie het niet meteen gebeuren.
  • Ik heb jullie waarschijnlijk al lang genoeg verveeld met mijn alweer veel te lange post, dus sluit ik hier af! Nog eens struinen door de deutsche Literatur-sectie hier vlak naast mij (ik zit op dit eigenste moment namelijk in de bib, waar ik mijn eigen plekje dus al gevonden heb ^^).
  • Tschüss!

What makes me tick these days

4 jun

Of dik, natuurlijk: mijn eerste keer cupcakes, met de receptjes van de Koekjesfee die vorige week in DS Magazine stonden. De decoratie is een beetje avant-garde: mams is verantwoordelijk voor de cupcakes met het m&m’s-korstje, ik voor de Ferrero Rocher-wannabe’s. Het chocoladeglazuur maken was een beetje problematisch: de eerste keer leek dat grandioos mislukt, maar ik heb er op de een of andere manier chocolademousse van kunnen maken. Of hoe ik ook wel een beetje een Domestic Goddess ben enal. Bij de tweede poging trok het eigenlijk alweer op gene rotte slets, maar ik heb het boeltje er na een kort verblijf in onze frigo er toch maar opgespoten.

Wat me nog gelukkig maakte, om niet te zeggen, uitzinnig van vreugde: de 24 romans van de Literaire Lente in mijn brievenbus! Vooral omdat ik de dag ervoor nog met vier boeken uit dat pakket in mijn handen stond in de Fnac, maar ze noodgedwongen moest laten liggen wegens een dreigend valutatekort. Dat wordt een laaaaange literaire zomer voor mij!

Literaire Lente

En tot slot beleefde ik ook plezier aan het uitgeven van mijn zuurverdiende centjes aan spijs en drank voor mijn hoofd en hart: Böse Schafe van Katja Lange-Müller, The Essential Simon & Garfunkel, Hummingbird, go! van Theresa Andersson (wat een plaat, met dank aan Fielosophie, nogmaals) en The Very Best of Jackson Browne, maar die moet de postduif nog brengen. En aan nieuwe Cliniqueproducten, ook al is dat eigenlijk gewoon zeep om uw wezen mee te wasschen (maar! ♥ die madam van de Inno in Gent die mij altijd een massa staaltjes meegeeft. Ik zie u graag, winkelmevrouw!).

Leve Amazon!

En voor de rest: de laatste examens van de Germaanse afleggen maakt me blij, maar ergens toch ook een beetje triest. Op 15 juni sluit ik af met een mondeling examen bij de man die De Wijste UGent-Prof ’09 had moeten worden, maar dat – ondanks zijn “slechts” derde plaats – eigenlijk al vele jaargangen lang is. Ik kijk er naar uit, jajajaja! En blokken naast mijn moppentrommel KDNDG, dat maakt me ook gelukkig, zoals altijd. Oeh, en lijstjes maken in mijn hoofd met alle dingen die ik na 15 juni ga doen – alvast bij mij een van mijn favoriete examentijdverdrijven. Sounds familiar?

Merci mon ami

27 mei

In mijn vrije tijd – ja, het is blok, vrije tijd met hopen! – hou ik me bezig met het redigeren en verbeteren van de thesis van Mister KDNDG, ook gekend als het lief. “Analyse van diverse lokalisatie- en klanttoewijzingsstrategieën in het Oxfam supply-netwerk” – u kan zich wel voorstellen dat dit een ra-zend spannende bezigheid is! Echt spannend werd het toen ik het dankwoord las – maar toch ook een beetje grappig. En lief.

Eerst en vooral is er Maaike, mijn vriendin die mij de laatste acht jaar gesteund, begeleid en voornamelijk geweldig hard geamuseerd heeft. Ik bedank haar ook voor het nalezen van dit saaie werk (saai voor een buitenstaander weliswaar). Op het dankwoort na lijken alle dt-fouten geëlimineerd.

Funny man, die bijna-burgie! Eigenlijk is het maar triest dat ook mijn dankwoord voor altijd verborgen blijft in die vier thesisexemplaren die ik op de wereld heb geworpen. Omdat de mensen wier initialen niet JDV, BB of EG zijn (mijn drie lustige lezers) dat dankwoord waarschijnlijk nooit te lezen zullen krijgen, gooi ik het hierop. Mercitjeuhs allemaallekes. Ahja en opgepast: in het Duits, vanzelfsprekend!

Ich könnte in diesem Vorwort wie ‚meine‘ drei Helden, Klaus Uhltzscht, Alexander Portnoy und Oskar Matzerath vorgehen, und meine Geschichte ab ovo erzählen. So habe ich die Sicherheit, jedem gedankt zu haben, der mit dafür gesorgt hat, dass ich hier angelangt bin. Es ist jedoch nicht meine Absicht, wie meine Helden 323, 274, geschweige denn 779 Seiten zu füllen; deswegen werde ich zum Beispiel nicht erzählen, wie meine Oma mir als fünfjährigem Kind ein Exemplar des Buches De Witte van Zichem von Ernest Claes schenkte (statt die von mir erwünschte Barbiepuppe), sodass ich mich schon für Literatur und schelmische Figuren interessieren musste. Das würde mich wirklich zu weit führen, auch wenn ich ihr dafür eigentlich sehr dankbar bin.

Wer hier schon und vor allem erwähnt werden muss, ist Prof. Dr. JDV. In seinen begeisterten Vorlesungen entstand meine Liebe zur deutschen Literatur. Beim Schreiben meiner Magisterarbeit stand er immer mit Rat und Tat zur Seite, und seine motivierende Hilfe schien ohne Ende. Auch dem Fachbereich deutsche Literatur möchte ich bedanken: Nirgendwo sonst auf dem ‚Blandijnberg‘ fühlt man sich als Student so zu Hause.

Ich bin meiner Mutter, die mir die Liebe für die deutsche Sprache genetisch weitergegeben hat, sehr dankbar, dass sie mir die Chance zu einer akademischen Ausbildung geboten hat: Nicht nur ihre materielle Unterstützung, aber vor allem die moralische war für mich sehr wichtig. Nach ihrem Vorbild werde ich immer versuchen, mein Bestes zu geben.

Obschon ich von meiner Großmutter damals keine Barbiepuppe bekam, eroberte ich später trotzdem einen persönlichen Ken. Auch er ist ein großes Dankeschön wert, weil er mich immer dazu angeregt hat, einen Schritt weiter zu denken. Sein liebevolles und reines Dasein macht ihn zum wichtigsten ‚Pfeiler‘ meines Lebens.

Und last but not least möchte ich auch meinen Mädchen, und im Besonderen Tine Hendrickx und Linde Lapauw einen Kuss zuwerfen. Für die liebevollste Freundschaft, für die interessantesten Diskussionen, für die hirnlosesten, absurdesten und zugleich schönsten Plauderstunden. Ohne sie wäre es nicht halb so toll gewesen. Dann sind Stunden wie SekundenMerci mes amies, es war wunderschön.

Maaike Van Liefde, 21. Mai 2009

Made in Germany

6 mrt

Ik ga niet zo heel dikwijls naar de bioscoop – ook ik ben op facebook lid van de “Kinepolis gaat erover!”-groep, en als je niet op kot zit is een avondfilm meepikken net iets minder praktisch (“da-ag, laatste trein”) – maar de afgelopen twee weken is het er zelfs twee keer van gekomen, wat naar mijn normen dus heel veel is. Bovendien waren het beide films van Duitse stempel, de ene over de woelige geschiedenis van het terrorisme in Duitsland ten tijde van de Rote Armee Fraktion, de andere gebaseerd op de beststeller Der Vorleser (1995) van Bernhard Schlink, een boek dat we in de tweede bachelor bij Duitse Letterkunde voorgeschoteld kregen. Wat volgt, is een poging tot recensie.

Twee weken geleden speelde in het kleinste zaaltje van de Studio Skoop Der Baader Meinhof Komplex, de in Duitsland veelbesproken en gecontesteerde prent over de Rote Armee Fraktion en hun terroristische vrijetijdsbesteding in de jaren ’70 en ’80. Het woord “vrijetijdsbesteding” lijkt hier misschien ongepast en een afzwakking van de ernst van de zaak (de RAF doodde 34 mensen en was verantwoordelijk voor verschillende bomaanslagen en bankovervallen, om nog te zwijgen van de angst die ze over Duitsland verspreidden tijdens de zogenaamde heißer Herbst van 1977), maar uiteindelijk komt het zo wel over in de film. Aanvankelijk zorgen de columns en theoretische artikels van Ulrike Meinhof nog voor een ideologisch fundament voor de steeds radicaler wordende linkse protesten, maar al snel vervalt ook Meinhof in dezelfde blinde en domme “niets doen is nog veel erger dan een gewelddadig optreden”-demagogie van Andreas Baader en zijn liefje Gudrun Ensslin (which reminds me: ik dacht dus tot twee weken geleden dat Baader en Meinhof een koppel waren, maar de relatie tussen die twee bleek op z’n zachtst gezegd onderkoeld).
Toch begrijp ik de storm van protesten die in Duitsland losbarstte naar aanleiding van de première van de film: onder meer Bettina Röhl, dochter van Ulrike Meinhof (die haar twee dochtertjes overigens zonder verpinken naar een Palestijns kamp voor weeskinderen wilde sturen, ten dienste van de Revolutie), en Michael Buback, zoon van de in ’77 neergeschoten Generalbundesanwalt Siegfried Buback, beschrijven de film als “totale heldenverering”. In de eerste drie kwartier van de film lijkt het inderdaad alsof de terroristen de good guys zijn en krijgt hun optreden een romantisch kantje. Denk maar aan het kikkerperspectiefshot waarin twee terroristes met een glimlachje op hun lippen bijna weghuppelen van het gebouw dat tien seconden later met een mooie knal in de lucht zal vliegen. Victorie!
baadermeinhofkomplex
Toch vind ik dat het met die heldenverering best meevalt, en dat de blinde terreur en het pief-poef-paf-gehalte de film niet tot een ideologisch pamflet of pleit voor de linkse ideologie laten verworden. Daarmee hebben de overblijvende linkse rakkers dan weer een reden tot klagen, maar alla. Los daarvan: Der Baader Meinhof Komplex is bijwijlen een gratuite actiefilm, maar ikzelf vond het een interessante prent, alleen al omdat alle “theorie” die ik in de razend interessante Deutsche Landeskunde-lessen zag, nu ook een gezicht kreeg. Ik weet niet of mensen die deze bagage of interesse voor de Duitse geschiedenis niet met me delen, het een even goede film zullen vinden, maar anderzijds is het verhaal dat verteld wordt ook een belangrijk stuk van de wereldgeschiedenis, en dat maakt de film mijns inziens al het bekijken waard.

Gisteren zag ik The Reader, de film waarvoor Kate Winslet haar Oscar voor beste actrice mocht ontvangen. Veel filmcritici vonden het tekenend voor het conservatisme van de Academy dat Winslet net voor dit holocaustverhaal genomineerd was, en niet voor haar rol in het suburbiadrama Revolutionary Road van haar hubby Sam Mendes, maar ik vind het volkomen terecht. Begrijp me niet verkeerd, ook in Revolutionary Road vond ik haar vertolking van de “Stepford wife” die liever een vrije zwaluw wil zijn en daar ten slotte aan onder gaat, indrukwekkend, maar hoe ze Hanna Schmitz speelt, grijpt je pas echt naar de keel. Ze redt op haar eentje een (op papier) prachtig verhaal dat op bepaalde momenten een kleffe Hollywoodbewerking dreigt te worden. Ook de jonge Duitse acteur David Kross en Ralph Fiennes doen hun best – die Kross mag mij trouwens ook wel eens komen voorlezen, vanwege zijn grote inlevingsvermogen in de Duitse literatuur, vanzelfsprekend – maar Winslet torent hoog boven hen uit. Misschien heeft dat iets te maken met regisseur Stephen Daldry en zijn talent om het beste uit zijn vrouwelijke actrices te halen? De vertolkingen van Julianne Moore, Nicole Kidman en Meryl Streep bliezen me in The Hours (2002) ook al omver.

Het verhaal zelf is al even indrukwekkend als Winslets acteerprestatie, en confronteert je met het grote Duitse probleem van de Schuldfrage na de Tweede Wereldoorlog. Voor wie zich afvraagt waarom het proces waarop Hanna terechtstaat pas in 1966 plaatsvindt, maar liefst twintig jaar na het einde van de oorlog: ook dat is een belangrijk aspect van de Duitse geschiedenis. Afgezien van de Nürnberger Prozesse had er geen Verarbeitung, geen evaluatie van de “verantwoordelijkheid van iedereen” plaatsgevonden. De grote vissen waren gevangen en vervolgd, maar de collectieve schuld werd in het kader van de Wiederaufbau van Duitsland een beetje weggemoffeld – er waren nu eenmaal belangrijker problemen aan de orde, en men keek liever vooruit, onderwijl de vruchten van het Wirtschaftswunder plukkend, dan terug te gaan in het niet zo mooie nationale verleden. Pas in de jaren ’60 kwam – onder het gescandeer van de studentenprotestslogan “Unter den Talaren, Muff von 1000 Jahren”, die een duidelijke verwijzing naar het duizendjarige rijk van Hitler inhield – de verwerking van de eigen schuld pas op gang. Dat dit boek uit 1995 (!) zo’n bestseller werd, heeft mijns inziens ook (maar zeker niet alleen) te maken met het feit dat men in Duitsland met die Vergangenheitsbewältigung nog lang niet klaar was en is.

Om een lang en met Duitse woorden doorspekt verhaal (helemaal géén sorry daarvoor) kort te maken: The Reader is een goede film, dus gaat dat zien. Het boek is natuurlijk stukken beter, en kunnen jullie steeds bij mij eens uitlenen. In het Duits, vanzelfsprekend. Al zal ik iemand die de moeite doet om de Nederlandstalige vertaling te lezen vast niet uit mijn vriendenkring excommuniceren – integendeel!

Komkommertijd

18 jul

Gegroet allen!

De vakantie zit in mij, en in de blogosfeer ook, zo lijkt het. Dus: even een korte update, voor ik weer verder ga genieten van de zee van tijd die ik heb om de dingen te doen waar vakantie voor dient (zoals daar zijn: het repertoire uitkiezen voor een soort van Elle goes classic op 17 en 18 oktober – check onze site!, Mario Kart spelen op de Wii, de boeken lezen die niet op een of andere blandijnliteratuurlijst voorkomen, cruisen met mijn liefje en duust films en series (her)bekijken. Maar ook: mijn cursussen samenbinden en opbergen, mijn kamer en bij uitbreiding de rest van het huis schoonmaken en beginnen aan de secundaire literatuur voor mijn thesis. Gelukkig zijn alle bibliotheken van de Blandijn gesloten tot 28 juli ^^. De laatstgenoemde dingen zijn dus voor volgende week.)

De Valras-Plagereis was leeeuuuk! Elke dag 30°C, luieren op het brede zandstrand met een beignet of een Magnum in de hand, de zee die voor verkoeling (en vernieling van tennisrackets) zorgde, cultuur in Béziers en Carcassonne, lekker eten… C’était vraiment chouette enal. Aan de mensen die van ons kaartjes hebben gekregen met verhalen over leeggepompte magen na 12 tequila’s, 2 flessen witte wijn en 5 mojito’s, over dansjes op de tafels van het nabijgelegen truckerscafé en over het aantal bedpartners van een van ons: ‘t was een grapje! Dat van George Clooney die voor ons pizza maakte was dan weer wél waar.

Het enige minpuntje aan de reis was onze thuiskomst: normaal moest onze TGV zaterdagnacht om 00h20 in Brussel Zuid aankomen. Ik lag in mijn bed om 4h30.
Wat was er gebeurd? In Lille Europe, op nog een halfuurtje treinen van ons eindstation, bleef de TGV plots verdacht lang stilstaan. Na drie kwartier kwam er een SNCF-meneer zeggen dat iedereen moest uitstappen omdat de trein toch niet meer zou verderrijden. Er was geen Belgische conducteur aanwezig die de Franse moest aflossen. Tot twee uur des nachts hebben we daar zitten wachten op een autocar die ons naar Brussel zou brengen (“hij is hier zeker binnen een half uur” – “Kleine correctie: nog een uurtje wachten” – na dat uurtje: “nog een kleine twintig minuten en u kan op de bus stappen”). Om de tijd te doden, maakten we dus maar bewerkingen van bekende trein-hits: “‘k Neem vandaag geen trein om bij jou te zijhijn”, “Met de trein naar Brussel – tsjoeketsjoeketuut – Dat lukt vandaag dus niet – tsjoeketsjoeketuut” en “In een klein stationnetje, diehiep in de nahacht, stonden 80 reizigers, lekker in de kou, want het machinistje wou niet draaien aan zijn wieleke, akke akke tuut tuut, hier blijven wij”. Filmmateriaal op aanvraag :-).
Maar kijk, om half vier waren we in Brussel, en na een kleine 5 minuutjes wachten op mijn ontvangstcomité, dat daar dus al stond vanaf middernacht en om de tijd te doden eens naar de luchthaven en naar Steenokkerzeel was gereden om te kijken hoe de vliegtuigen daar landden en opstegen (mijn neef die piloot wil worden behoorde namelijk ook tot dat ontvangstcomité), kon ik eindelijk in de auto richting hometown Zottegem stappen. Wat een “avontuur”.

Op vakantie ook twee boeken uitgelezen: Liefde in tijden van cholera van Gabriel Garcia Marquez en Godin van de jacht van Heleen van Royen. Toen ik de laatste bladzijde van het eerste boek kon omslaan, was ik opgelucht: ik was er geraakt! ‘t Is een prachtig verhaal, maar Marquez vertelt echt wel op een uitgesponnen, trage manier. Het tweede boek had ik dan weer uit op één dag, het bevat dan ook heel wat minder “literair kapitaal” dan Marquez’ werk. Van Royen toont ons het losbandige leven van de getrouwde Diana, die er enkele minnaars op nahoudt. De stomende scènes, de snelle vertelstijl en de haast cynische manier waarop “huiselijke trouw” en de abortusproblematiek behandeld worden, maken van dit boekje ideale strand- of zwembadlectuur. Nu ben ik bezig in Duizend schitterende zonnen van Khaled Hosseini, een korte bespreking volgt later!

Tot slot nog een kleine oproep aan jullie allemaal: een goede vriend van mij en begenadigd DJ, Fragment Q (a.k.a. Hertmand ^^) doet mee aan een wedstrijd van Jim Maniacs en 10 days off. ‘t Is een kleine moeite: zouden jullie hier even willen stemmen op hem? Hij staat bovenaan helemaal rechts, lijkt op de denker van Rodin met een rood T-shirt aan en een plaat op z’n hoofd. Vielen Dank!!

One Duits grapken a day keeps the Doctor away

19 mei

Boehoe. Vandaag maar 811 woorden op de teller.

Ik heb wel twee uur van mijn voormiddag ‘verspild’ bij de dokter – eerst in zijn gezellige wachtruimte met allemaal bejaarde zieke mensen en ook een lief kindje met een zware verkoudheid, dat alle foldertjes met reclame voor middeltjes tegen constipatie, continentie en impotentie uit die reclamebak trok terwijl ik constant zat te piekeren over mijn potje met ‘water’ dat in mijn handtas zat, “shitfuck dat gaat uitlopen ik heb die dop er toch wel goed opgedraaid straks schopt die kleine tegen mijn handtas en stroomt dat boeltje over”… Oei. Ik besef het. Too much information. Sorry daarvoor. Maar waar was ik. Ah, de minuten van mijn voormiddag tikten genadeloos weg tijdens de controle met de e.c.g.-scan (mijn hart trouwens ook, en volgens de dokter slaat het soms een tik over – de luie doos), de bloedafname waarbij de Doc mijn ader niet vond en bij wijze van zoektocht wat begon te piensen in mijn arm (makker, dat deed wel zeer hé) en het obligate “ja mijn bloeddruk is nog steeds aan de lage kant”-gesprekje (ook al doe ik zout op mijn patatten zoals alleen de Witte van Zichem dat kan). Maar kom, hij heeft mij nieuwe druuuugs gegeven dus ik kan er weer voor een tijdje tegenaan.

Ik heb wel nog de hele dag met een zwaar hoofd, duizeligheid en een zeurende pijn in mijn arm voor mijn laptopscherm gezeten, waardoor er vandaag dus slechts 811 nieuwe woorden op verschenen zijn. Allez, tel er daar de al 246 woorden bij van het blogbericht dat ik nu aan het schrijven ben. Morgen wordt het leuker en hopelijk ook vruchtbaarder (want ‘s avonds wil ik dat ding af), dan analyseer ik leuke grapjes zoals deze:

„Das war bestimmt wieder dein OV Individualist.“ Dann raunte er mir zu: „Das ist ein Deckname, und OV heißt Optimaler Vorwand.“ „Oppositioneller Vorfall“, verbesserte Grabs. „Operativer Vorgang“, sagte Wunderlich. [HWW: 162]

 
„Also befragen wir einige Bürger des Wohngebietes“, sagte Wunderlich. „A – Polizisten, B – Lehrer, C – Arbeitsveteranen, vertrauensvolle Genossen und unsere IMs.“ „Interessante Mitläufer“, raunte mir Eule zu. „Inoffizielle Mitglieder“, verbesserte Grabs. „Oder Informative Mitarbeiter?“ Er war sich nicht sicher. “Informelle Mitarbeiter”, sagte Wunderlich. [HWW: 163]

Domme Stasi-agenten. Ideologiekritik durch das Darstellen und Verlachen einer maßlosen Stasi-Inkompetenz: Morgen in WerkversieBachelorpaper.docx, om 8h30 op Cher. 

Whiii!

15 mei

Morgen wordt een leuke dag!

1. Het is de laatste lesdag van het semester – ok, dat betekent dat het vanaf zaterdag officieel blok is, maar ook dat de vakantie alweer wat dichterbij komt. Ik kijk er al naar uit, vakantieplannen maken is tijdens de examenperiode trouwens een van mijn favoriete bezigheden. Net zoals ik tijdens het academiejaar to-dolijstjes maak, doe ik dat voor mijn vakantie ook. De obligate “nog 1000 boeken te lezen” verandert dan in “kruidentuintje wieden”, “bikini kopen voor Zuid-Frankrijk”, “taartrecepten op pagina 15, 26 en 93 uitproberen” en “anti-metametaniveauboeken lezen in het zonnetje en lekker bruin worden”. Er zullen wel enkele zwaardere boeken op het programma staan voor de masterproef, maar dat zijn zorgen voor later. Maar kom! Ik was bezig over morgen.

2. Morgen = vrijdag = restaurantmiddag! Onze halte morgen wordt de Pane e Vino, dat in de loop van onze drie bachelorjaren zo’n beetje ons “stamrestaurant” geworden is. Heerlijke pizza’s (mmmmet gorgonzola en rucola, héérlijk) en pasta’s (die met zalm!), heel eenvoudige rood-wit geblokte tafelkleedjes, lekkere wijn in eenvoudige waterglazen, een warme bediening en het onovertroffen gezelschap van mijn Mädels, meer moet dat niet zijn!

3. En na het restaurantbezoekje ga ik met geld smijten! Of neen, correctie, met de Fnacbonnen die mijn lama me opgeleverd hebben ^^. Mijn liefste viert zaterdag zijn 23 lentes en hij krijgt dit jaar een lekker decadent cadeau van mij, dankzij die bonnen: een Nintendo Wii. Whiiiiii! Ik heb lang getwijfeld om voor twee Nintendo DS Lites te gaan, zodat we tegen elkaar kunnen vechten, maar de Wii lijkt me gewoon stukken leuker. ’t Zal natuurlijk ook een beetje mijn Wii worden, zeker wanneer ik dat Wii Fit Board in m’n pollekes zal hebben. Die promofilmpjes zien er supergrappig uit, en wat beweging zou voor mij echt wel geen kwaad kunnen. Maar eerst koop ik de klassiekers uit onze Game Boy- en Nintendo 64-periode: ******* en *******. Ken, ‘t is al goed dat je al weet dat je een Wii gaat krijgen. Welke spelletjes het worden, zie je morgen wel (ha ja, want we hebben afgesproken dat we 17 mei voor de gelegenheid een dagje vroeger laten beginnen, zodat we morgenavond al meteen kunnen spelen – kindjes toch).

Ondertussen vordert de bachelorpaper langzaam maar zeker, en zie ik het blokken en de bijhorende examens nog steeds zitten. That is, als ik dinsdag klaar ben met de bachpap. Hop, ich muss jetzt meiner Humor-Analyse noch was Zeit widmen! Bis bald!

P.S.: mensen die op zoek zijn naar interessante zomerlectuur, kan ik altijd het boek aanbevelen dat ik in mijn bachelorpaper bespreek: Helden wie wir, ofte Helden zoals wij van Thomas Brussig. Een heerlijke parodie over de val van de Berlijnse Muur, die in het Duits natuurlijk veel leuker leest dan in het Nederlands. De combinatie van humor, snijdende kritiek op de Stasi in het bijzonder en op de DDR in het algemeen en een “riesengroßer Pimmel” (oh neen, nu ga ik weer rare search entries binnenkrijgen op m’n dashboard) zorgt voor een heel verfrissende leeservaring – zelfs nog na maanden analyseren ^^.

       

Die nachträgliche Betrachtung

26 apr

Ik heb mijn thema eens veranderd. Because I can.

Laat ons hopen dat het hier niet wordt zoals met mijn haar, waarbij ik op elk kleurtje om de vijf voeten uitgekeken ben. Deze zomer word ik trouwens opnieuw blond. Denk ik. Toen ik mezelf gisteren op de nationale televisie (dixit Linde ^^) zat te bekijken, vond ik dat ik er alweer rost uitzag. En ook dat ik zo bekakt spreek, man man man. Leve Els van taalvaardigheid, ‘t is allemaal háár schuld. Maar voor de rest vond ik het super! We hebben onze lievelingstaal met heel ons hart verdedigd en zullen vanaf heden op openbare plaatsen enkel nog in het Duits worden aangesproken, “weil jedermann, der uns irgendwo auf der Straße oder irgendwo begegnet, mit uns jetzt volle Kanne Deutsch reden wird. Danke.”

Allee [aansporing; met dank aan de cursus Nederlandse Taalkunde van Johan De Caluwe], ik lees nog eventjes verder in Oliver Twist – ahja, want Great Expectations wordt door onze allerliefste professor van VLW al in de les behandeld en is dus niet ideaal als onderwerp van een nieuwe en originele analyse. Grr. Maar kom, ’t is wel opnieuw een heel mooi verhaal, ‘k heb al drie keer moeten wenen, arme Oliver. Binnenkort op Mieke Maaikes - niet zo obscene als sommigen hopen – blog: een bloemlezing van de bleitpassages in het werk van Charles Dickens. Hou die zakdoeken maar al klaar.

En voor het overige: tschüss!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.