Archief | Beauty RSS feed for this section

In geuren en kleuren

4 aug

An heeft een stok naar mijn kop gegooid, en omdat het alweer schandalig lang geleden is dat ik hier nog eens iets neergekrabbeld heb (leve het drukbezette leven van een erasmusstudent én examens en papers in Duitsland in de maand JULI, jawel), én het stokje bovendien lekker ruikt, neem ik het met graagte aan! Ook al omdat het een echt meisjesstokje is, en ik nog steeds een echt meisje ben :).

Parfum dus! “Bwa, valt wel mee”, dacht ik bij het aanvangen van deze blogpost, maar uiteindelijk lijkt dat met dat meevallen ook wel nog mee te vallen… Ik heb in mijn korte leven blijkbaar al wat flesjes leeggespoten. Onder meer ook met dank aan dat kot dat vroeger naast de Aldi stond, waar je spotgoedkope namaakversies van de bekende merken kon kopen. Die waren dan natuurlijk wel na twee minuten vervlogen, dus ben ik in mijn tienerjaren dan toch the real stuff beginnen te kopen/krijgen. En dan zal ik maar zwijgen over de duust geparfumeerde bodylotions en body mists (duizend hartjes voor mijn White Musk Hot Summer limited Edition Body Mist van The Body Shop – zo jammer dat die nu niet meer te krijgen is!) die mijn “schap” in de badkamerkast vullen.

Het begon – zoals dat waarschijnlijk bij héél veel meisjes van onze leeftijd het geval was – met het Oilily Flowers-parfum, volgens mij nu nog steeds een obligaat cadeau op plechtige communies. Daarna had ik een superzoet ruikend parfum – ahja, dat is nu eenmaal de geur van constant kalverliefde veertienjarigen – waarvan ik me de naam echt echt echt niet meer kan herinneren. Help mij! Ik heb me de afgelopen jaren al suf gepiekerd, maar ik kan er echt niet meer opkomen. Het flesje had de vorm van een hart, uit doorzichtig glas, met een melkwitte dop en een fluoroze pijl erdoor: parfumexpertes onder ons, please enlighten me (Tess, ik ben bijna zeker dat jij dat parfum ook had indertijd, weet jij die naam nog?)!

Nadat ik dat flesje leeg had gemaakt, moet mijn gewoonte om telkens twee parfums tegelijkertijd hebben, ontstaan zijn: één niet al te uitbundig ruikend parfum voor overdag, en een extravaganter of zwaarder geurtje voor feestjes en speciale gelegenheden. Ik probeer bijna altijd eau de parfum of parfum te kopen: je bent iets meer geld kwijt, maar bij een eau de toilette ben je dan ook bijna meteen je geur kwijt. Ik laat mijn flesjes ook steeds in hun doosje staan, omdat ik ooit ergens gelezen heb dat de geur dan langer bewaard blijft. Praktisch is wel anders, als je ’s ochtends weer net die vijf minuten tekort komt in de badkamer…

‘Parfumkoppels’ die hier de revue passeerden waren:

  • Cool Water van Davidoff en een klein goud flesje van een bekend parfummerk, ik dacht met een vrouwennaam erin (boehoe, ik weet die naam ook niet meer!)

Cool Water zal me blijven herinneren aan de familievakanties op Malta (en aan het feit dat Lotte mijn flesje altijd kwam stelen), wat een heerlijk frisse zomergeur… Het andere parfum, waarvan ik me de naam dus ook al niet meer kan herinneren, vond ik zo’n “chique” geur, ook al omdat het in een stijlvolle kleine goudkleurige flacon zat. Die geur zal voor mij altijd met het tweede middelbaar en toenmalige beste vriendin Lien, die toen hetzelfde parfum had (we kochten het zelfs samen in de plaatselijke Kruidvat, wat waren wij volwassen zeg), verbonden zijn.

  • Lolita Lempicka en T Girl van Tommy Hilfiger

Lolita Lempicka is het enige flesje dat het middelbaar heeft overleefd, gewoon omdat het zo’n zoete en doordringende geur is, dat ik er maar heel weinig hoefde van te gebruiken om een hele avond naar een vestiging van Paris Ici XXL te ruiken. Het staat er nog steeds, en het ruikt nog sterker nu, door dat gistingsproces van al die jaren, denk ik. Ik moet het misschien toch maar eens weggooien, maar ik krijg dat zo moeilijk over mijn hart: het is zo’n mooi flesje, met goud op en al! T Girl was de casual geur en kreeg ik van KDNDG, wat ik toen heel romantisch vond, want hij had natuurlijk T Boy. Parfumliefde for teh win.

  • Noa Perle van Cacharel en Flower by Kenzo

Noa Perle kreeg ik van KDNDG’s mama voor nieuwjaar, en kocht ik daarna zelf nog een keer of twee: zoete en meisjesachtige geur (gelukkig niet zo zoet als Amor Amor, ook van Cacharel), maar niet te opvallend. Flower by Kenzo was dan het ‘specialere’ geurtje, hoewel die eigenlijk ook niet zo overheersend is. Ik was vooral verliefd op het design van de fles! Voor de liefhebbers van deze geur: de Fa-deodorant “Rice Dry” heeft een geur die hier héél sterk op lijkt. Die is nu al een jaar of drie mijn “lijfdeo”. Wat een vuil neologisme is me dat trouwens.

  • Be Delicious van DKNY en Hugo Boss Deep Red

Dit waren twee verjaardagscadeaus, de DKNY-appelgeur kreeg ik van mam & Lotte, Deep Red gaven de Mädchen me cadeau. Mijn favoriete combinatie in de hele rij eigenlijk: de appels van Be Delicious waren niet al te nadrukkelijk aanwezig, maar die geur was echt wel superfris en fruitig. Hugo Deep Red staat voor mij dan weer synoniem met speels én stijlvol en is volgens mij een van de meest sexy geuren ooit. Deze parfums gebruikte ik beide eigenlijk zowel overdag als ’s avonds.

  • Mijn huidige parfums: Boss Orange en L’Eau d’Issey van Issey Miyake

Van appels ben ik dan ongeveer een jaar geleden overgeschakeld naar sinaasappels, hoewel Boss Orange eigenlijk totaal niet naar sinaas ruikt. ’t Is een heel frisse, niet al te zoete en zomerse geur, maar hij vervliegt relatief snel. Al bij al wel goed voor overdag, want L’ Eau d’Issey is een geur die dan weer superlang blijft hangen en heel ‘persistent’ is. Grappig dat Fem deze geur voor overdag gebruikt, want ik gebruik deze bijna enkel voor de speciale gelegenheden, ik vind dat dit parfum bij mij echt zwaar geurt.

Mijn Boss Orange is ondertussen bijna op, dus ik denk dat ik daarna nog eens zal teruggaan naar Deep Red, een heerlijke en iets donkerdere geur, perfect voor de koudere seizoenen. Van KDNDG’s mama krijg ik heel veel staaltjes (gisteren probeerde ik A Scent, een eau de toilette van Issey Miyake, ook niet slecht), en daar zit dikwijls eens eentje van Chanel N°5 bij, wat ik dus ook een fantastische geur vind. Jammer genoeg delen mijn naasten die mening niet, getuige de “wa voor ne ouwemetenparfum ebdegij aan jong?”-uitspraken. Maar ooit, misschien zelfs als ik al een oude meme ben – en bijgevolg ook genoeg verdiend zal hebben om dit effing DURE parfum te kopen – zal ik die geur wel nog eens dragen. Want van Oilily naar Chanel N°5, dat is toch een ontwikkeling die elke vrouw zou moeten doormaken.

Parfumliefhebsters (of –hebbers! Daar ben ik ook wel nieuwsgierig naar!) aller landen, verenigt u en vangt de stok!

Beste Filip Huysegems

16 jun

Dit weekend las ik, zoals steeds om de 14 dagen, jouw Dokter Pulp-column in de weekendbijlage van De Standaard. Deze keer stelde je in je stukje een nieuwe soort fashionblog voor: de streetstyleblogs. Hier komen geen modellen, geen catwalkfoto’s, geen professionele shoots online, wel de man/vrouw op de straat met een uitgekiende en persoonlijke stijl.  “Geen excentriekelingen”, verzeker je ons, “wel mensen naar wie je, als je ze zelf tegenkwam, zou omkijken en denken: hé, die zag er leuk uit.”

Sorry Filip, ik moet je toch even van die illusie verlossen. Als ik persoonlijk de (meeste!) mensen zou tegenkomen die je op de door jou opgesomde streetstyleblogs aantreft (zoals daar zijn: The Sartorialist – dit is de bekendste, Face Hunter, I like my style, Styleclicker en Hel Looks, jouw persoonlijke favoriet in de reeks, zeg je – maar heb je deze twee exemplaren al eens goed bekeken??), dan zou ik inderdaad omkijken, maar eerder denken: hé, die zag er getikt / Zakman-slonzig / veel te excentriek naar mijn smaak / helemaal fout / als die emo van Tokio Hotel uit.

Zoals je schrijft, Filip, is het natuurlijk een fijne evolutie dat niet alleen de ranke cocaïneverslaafde stengels met een BMI van 12 in de spotlights worden gezet (al vrees ik dat sommige “modellen” op die streetstyleblogs ook niet altijd even clean zijn). Straatstijlblogs zijn inderdaad geloofwaardiger, wegens veel minder maatjenulmodellen, maar dan vind ik het “Wat draag jij? (en wat heeft het gekost?)”-rubriekje in Flair toch hoger scoren qua geloofwaardigheid. Maar je hebt gelijk, het is een mooie zaak dat “de mode gered wordt uit de klauwen van het systeem”. En je uitstapje naar de flaneur van Baudelaire vind ik al helemaal een prachtige vondst – je weet er toch altijd een diepere betekenis in te vinden, in die kitsch van jou. Missie alweer eens geslaagd. En daarom, Filip, vergeef ik je je slechte smaak en zal ik als trouwe lezeres op post blijven, zo eens om de 14 dagen, uitkijkend naar een nieuwe portie pulp.

Groetjes

Maaike

Haarleed

3 apr

Ik ben gisteren eindelijk naar de kapper gegaan! En ik ben zo blij! Maar eerst: de voorgeschiedenis. Vanaf het prille begin.

1987 – 1997: 

haar1.jpg

Wanneer mijn haar eindelijk begint te groeien, groeit het enkel boven op mijn hoofd. Gevolg: een baby met een hanenkam. In de peutertuin zijn alle kindjes bang van mij. Mijn haar groeit na verloop van tijd gelukkig overal op mijn hoofd, en dat in een fijn blond kleurtje. Zoals heel veel kinderen verlies ik dat blond met de jaren, en evolueer ik naar een donkerblonde kleur. Geen kleur, vind ik persoonlijk.

1997 – 2007:

Vanaf de eerste dag dat Kapper Tom zijn salon opent, op 50 meter van mijn voordeur, ben ik een trouwe klant. Bij hem ruil ik tijdens mijn eerste humaniorajaren mijn futloos peper-en-zoutkleurig carreetje in voor mijn korte kopje . Hij fluistert me de gouden tip “Kruidvat Blond Spray” in wanneer ik op 13-jarige leeftijd mijn haar witblond wil laten kleuren, maar ik op een vastberaden (en achteraf gezien terecht) ”GE ZIJT GIJ ZEKER ZOT! OVER MIJN LIJK!” van de mama stuit. Mijn haar wordt blonder en blonder, en de mama merkt er slechts weinig van. Maar natuurlijk zou ik mezelf niet zijn zonder blunders. Ook op vakantie in het zonnige Malta blijf ik kwistig spuiten, en bij mijn terugkomst is mijn haar geel. Geel zoals in kanarie, gele kaart, Fanta. Kapselblunder n°1 is een feit.

Maar daar is Kapper Tom to the rescue: hij repareert de schade grotendeels en maakt er iets hips van. Daarna krijgt mijn haar nooit meer de oorspronkelijke – en saaie! – kleur terug. Kruidvat Blond Spray blijft een vast item in mijn deel van de badkamerspiegelkast, en mijn coupe verandert doorheen de jaren van ultrakort naar schouderlang met krullen, wild opgestoken met tientallen knijpspeldjes die ik zorgvuldig ga uitkiezen in de Zottegemse Zambo (jeugdsentiment, iemand?). Maar lang staat me niet echt, en ik besluit om toch maar terug te keren naar mijn korte coupe.

haar2.jpg

haar3.jpg

haar4.jpg

Slechts één keer bedrieg ik Kapper Tom, als ik na mijn inschrijving aan de grote griezelige UGent samen met Fem de Young&Dynamic in de Kortedagsteeg binnenstap. Lekker impulsief, “jaja, er mag een verzorgingske op”, oh wat voelde ik me volwassen. De “dorpskapper” ingeruild voor een hip salon in het hippe Gent, een mooie coupe, maar jammer genoeg ook het dubbele kwijt van wat ik bij Kapper Tom normaal betaal. Het blijft bij een eenmalige flirt, daar in Gent.

Ondertussen experimenteer ik lekker verder met allerlei kleurtjes. In de paasvakantie van 2007 krijg ik zin in een échte blonde kop, niet van dat natuurlijk donkerblond met lichtere mèches (afkomstig van de Blondspray), maar witblond. Ik koop me een pakje L’Oréal Féria Silver Blonde. Slechte zet, kapselblunder n°2. Opnieuw is het geel, dat haar van mij. Kapper Tom lost het elegant op door er een donkerblonde balayage over te zetten. Vanaf dan zweer ik dat ik nooit meer zo’n doe-het-zelfkit koop: als het geverfd moet worden, laat ik dat aan professional Tom over. En hij zorgt ervoor dat ik in de zomer van 2007 eindelijk die langverwachte witblonde haren krijg! Eindelijk, doel bereikt!

haar7.jpg

In de herfst krijg ik echter heimwee naar mijn oude kleur. Tss, vrouwen. Nooit eens tevreden. Wanneer ik hem opdraag om mij opnieuw m’n natuurlijke kleur terug te geven, protesteert hij: “Maar Maaike, dat peper-en-zoutkleur, zo saai! Dat is toch niets meer voor jou. Sorry, dat zet ik er niet op.” En dan zit je daar natuurlijk, in die kappersstoel. “Doe er dan maar je zin mee, je krijgt carte blanche voor kleur en snit.” Tom juicht, ik kijk bedenkelijk en Stefanie, die me vergezelt, nog meer. Drie uur later sta ik buiten, als een echte rosse. Met nog één blonde lok vooraan. Ik voel me een beetje marginaal, maar Tom bezweert me dat dit dé nieuwe look van het moment is, très branché.

haar8.jpg

De reacties op die lok vooraan zijn niet echt positief – mijn allerliefste barst bijna in tranen uit als hij me ziet, kapselblunder n°3 wordt werkelijkheid - en ik laat Tom alles in dezelfde kleur verven. Nu ben ik écht ros – euh excuseer, Venetiaans blond, maar ik kan er wel mee leven. Bovendien wassen de kopertinten er vrij snel uit, zodat mijn haar uiteindelijk wat lichtbruin wordt.

2008 – … : 

In de examentijd doet een mens soms rare dingen. U hoort het al, kapselblunder n°4 dient zich aan. Ik vind mijn lichtbruine kleur wat flets geworden, en besluit om – tegen beter weten in – opnieuw een L’Oréalverpakking te kopen, ditmaal de Casting Crème Gloss Chocolade. Ik weet niet welk kleur er nu precies op mijn haar staat nadat ik het boeltje gebruikt heb, maar het is zeker geen chocolade. Het is paars. PAARS zeg ik u. Ik lijk wel die emo van Tokio Hotel. Snel een Nike-pet op en naar de plaatselijke Kruidvat (damn you!) om een fles Head&Shoulders. Volgens de “help, mijn haar is om zeep!”-tips op internet is dat het beste middeltje om een mislukte kleuring snel uit het haar te krijgen. En het helpt, mijn haar wordt weer bruin, maar er blijft toch een vervelende koper- en goudglans opliggen.

haar9.jpg

En het noodlot heeft ondertussen ook toegeslaan. Kapper Tom heeft besloten andere oorden op te zoeken en heeft zijn kapsalon gesloten! Ik moet dus op zoek naar een nieuwe kapper. Snif. Door het vele werk en – ik beken – ook angst om mijn haar nu definitief aan iemand anders toe te vertrouwen, stel ik die opdracht steeds maar uit.

Tot gisteren dus. Na iedereen de oren van het hoofd gezeurd te hebben (“Mijn haar moet af, en gekleurd, het is lelijk! Het moet af!”) had ik geprobeerd een afspraak te versieren in het nieuwe kapsalon in mijn straat. Ik had gehoord en gezien dat de kapster daar heel mooi werk afleverde. Maar haar boek stond vol afspraken tot midden MEI. Dan maar op haar vaste zonder-afspraakmiddag proberen, woensdag vanaf 13h. Om twintig over twaalf sprong ik dapper op de fiets, ervan overtuigd dat ik daar als eerste zou staan. Niet dus. Er waren al 5 wachtenden voor mij.

En dus ben ik in een laatste daad van haarwanhoop maar op de trein richting Gent gestapt, rechtstreeks naar kapper Kaprijke in de Sint Niklaasstraat, vurig biddend dat ze tijd zouden hebben voor mij. Ik had al heel veel positiefs over hen gehoord: mooi salon, goede kappers en kapsters, én een democratisch studententarief. Als zij geen tijd zouden hebben voor mij, zou het desnoods De Cliént geworden zijn, waar je naar het schijnt ook heel vakkundig geknipt wordt, maar voor hetzelfde werk het driedubbele kwijt bent. Ik sprong dan ook bijna een gat in de lucht toen ik bij Kaprijke hoorde dat ik me rustig in een vintage kappersstoel mocht ploffen, mét een koffietje. Een hele lieve kapster, Charlotte, gaf mijn haar de neutrale bruine kleur die ik wilde, en een springerige Aziaat, wiens naam me ontgaan is, luisterde perfect naar mijn instructies en knipte een van de mooiste coupes die ik ooit heb gehad. Een hele verdienste voor iemand die voor de eerste keer met mijn hoge eisen geconfronteerd wordt. Het salon zelf is ook prachtig, ingericht in een gezellige oude stijl, met hippe oude stoelen, variété-achtige spiegels en allerhande oude foto’s en schilderijen aan de muur. De twee speelse katten (de ene spierwit, de andere potzwart) brengen leven in de brouwerij en de vaste klanten lopen er als echte vrienden in en uit.

Ze mogen mij vanaf nu ook tot hun vaste klanten rekenen, ik heb mijn nieuwe kapper gevonden!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.